Micraster emporium

Micraster matheroni Desor, 1847



Specification

1) "Echinides fossiles des environs de Santander par J. Lambert, recueillis par M. L. Mengaud ; I. Ann. Soc. linn. Lyon, 66, 32 p., 3 pl., 1919.
Het betreft een grote soort Micraster. Tot 1919 slechts bekend in de Corbieres en de Provence, Zeldzaam in de Cantabrische provincie. Het betreft slechts 1 goed exemplaar, gevonden door M. Mengaud, dat alle kenmerken van deze soort bevat. Het is een gemiddeld exemplaar met de volgende maten: Lengte is 65 mm; breedte 64 mm en de hoogte bedraagt 41 mm. Zoals ik zei in mijn monografie uit 1895 over de soort Micraster, M. matheroni is erg gelieerd aan M. arenatus, Sismonda. De twee soorten zijn van ongeveer gelijke grootte en opgezwollen.Op platen 864 en 865 (Pal. Fr. ) is het labrum verkeerd weergegeven. Bij beiden is het labrum namelijk sterk vooruitgestoken tot vlak aan de rand. Echter bij M. matheroni ligt tussen de poriën van de oneven petalen een granule in iedere zygopore. Tevens is de periplastronale zone met talrijke granulen bedekt waarbij zij de tendens hebben om naar elkaar toe te gaan. Bij M. arenatus is de periplastronale zone bedekt met talrijke scrobicules en de poriën van de oneven petalen zijn gescheiden door een granule of een gedeelde granule. De poriën liggen in een sleuf, gescheiden door een gegranuleerde zone (kam) die iedere zygopore scheidt. Dit is aangegeven door Sismonda in zijn exemplaar die vond dat in alle petalen de poriën conjugaat zijn. In deze context ben ik geneigd te zeggen dat M. matheroni een grotere variëteit is van M. arenatus omdat de verschillen minimaal zijn.
Locatie: Ile Santa Marina in de baai van Santander samen met M. corbaricus en M coranguinum. Etage Santonien.
2) Pal. Française Terrains Cretace: platen 864 en 865. Beschrijving: Desor, 184
Micraster matheroni met een lengte van 72 cm, hoogte 67 cm. . De test is bijna rond, en wat opgezwollen. Aan de voorzijde ietwat verbreed en nauwelijks ingesneden. Aan de achterzijde ietwat teruggetrokken en ietwat afgeknot. Aan de voorzijde sterk convex en afgerond. Rondom loopt de egel in een egale curve rond. Aan de achterzijde is de egel iets vernauwd. Het apicaal systeem is iets naar voren gelegen met het hoogste punt direct achter het midden. De ambitus ligt op circa op 1/3 van de hoogte, onder het midden! Aan de achterzijde is de egel eveneens convex en ietwat opgezwollen ter hoogte van de ambitus. Het voorste ambulacraal is ter hoogte van de apex uitgesneden maar richting de ambitus wordt hij nauw en minder van betekenis. Het peristoom ligt aan de voorzijde op circa 1/5 van de totale lengte. Het periproct is ovaal, longitudinaal en is net onder het midden gelegen zonder in een duidelijke omgeving te liggen. De oneven ambulacralen zijn nauwer dan de anderen, minder diep en vormen 2 nauwe zones met schuine poriënparen. De poriën zien eruit als komma's in visgraatmotief en gescheiden door een langwerpige tuberkel. De even ambulacralen zijn ongelijk, De voorste zijn 1/5 langer dan de anderen, nauw, recht, verdiept. Ze vormen vrijwel gelijke poriënzones, waarvan de interval voorzien van granulen bijna net zo breed is als de zone zelf Poriën liggen schuin, ovaal en zijn conjugaat. Over ieder paar loopt een rij granulen. De tuberkels zijn crenulaat, liggen verspreid en zijn, naar achteren toe iets groter. De subanale fasciole is ovaal, dwars gelegen en groot. Deze micraster, de grootste in zijn soort, met zijn afgeronde vorm , is goed te onderscheiden. We hebben 8 exemplaren onderzocht. Karakteristiek voor de 21e etage van het Turonien.
Locatie: Montagne des Cornes (Baines de Rennes), Aude; Bausset, Var.
3) Beschrijving : Revision des Echinides Fossiles de la Catalogne, J. Lambert 3 mei 1927
Micraster matheroni Desor, 1849 !!! Het betreft 1 individu van gemiddelde grootte van 62 mm lengte, 60 mm breedte en 40 mm hoogte. In zijn algemeenheid komen de karakteristieken van deze Micraster overeen met die van M. corbaricus maar onderscheidt zich in een meer gezwollen vorm en zijn even petalen die in verhouding minder lang zijn. Hij onderscheidt zich vooral door de rangschikking van de poriën van de oneven petalen. Ze zijn vrijwel gelijk aan elkaar, gescheiden door een granule en enigszins gebogen vorm. Dit is anders dan de poriën uit de even petalen. Daarnaast verwijs ik naar de beschrijving in de: "Etudes sur les Echinides des Corbieres", pag. 100.
Locatie: Pobla de Segur. Etage Santonien.
4) Beschrijving Micraster matheroni Desor, 1847 (beschreven in de Pal. Franc. door Desor. Pl. 864 en 865)
6 exemplaren, locaties:
  • Zudaire beekbedding vergezeld van Hemiaster micranthus (5 ex);
  • groeve Eguibil, Olazagutia (2 ex)
  • Vila de Turbon in Huesca (1 ex).
Grote soort Micraster, voor afmetingen, aantal poriën, zie foto's! De egel is net iets langer dan dat hij breed is. Het betreft een gezwollen soort met afgeronde vormen. De apex ligt, op circa 2/3 van de voorzijde, achter het apicaal systeem en heeft een kleine kiel. De voorzijde is convex, achterzijde is ook convex met het periproct op 60-80% van de totale hoogte. De bovenzijde van het periproct is tevens het punt dat het verst naar achter is gelegen. De achterzijde loopt van daar uit weer schuin naar voren toe. Periproct is ovaal en longitudinaal. Het peristoom is gelegen op circa 1/10 aan de voorzijde van de test, tot bijna over de rand en niet verzonken. Het labrum ligt sterk uitgesproken naar voren toe. De even ambulacralen II en IV zijn circa 30% langer dan ambulacraal I/II en circa 10% langer dan ambulacraal III. Ze zijn iets gebogen bij het apicaal systeem maar daarna vrijwel recht. De porifere zone betreft 2/3 van de gehele porienzone. De interporifere zone dus 1/3. De porien zijn conjugaat. Tussen ieder porienpaar bevindt zich een kleine richel met daarop kleien granulen. De interporifere zones zijn sterk gegranuleerd. In het midden loopt een flauwe, v-vormige, groef. De buitenste porien zijn langgerekt, de binnenste porien zijn ovaal. De buitenste porien van de oneven ambulacralen I en V zijn langgerekt, de binnenste poriën zijn ovaal tot rond. De binnenste poriën van petaal III zijn rond, de buitenste ovaal tot langerekt (richting de ambitus). Het amphisternale plastron is ( vooral bij de lip aan de voorzijde) convex, waardoor de egel als het ware wat tuimelt. Onder het periproct bevindt zich een, smalle, ovale subanale fasciole die, gezien de grootte van de egel, niet erg groot is. Richting het periproct niet altijd even goed ontwikkeld.
Voorkomen: Noord-Spanje, Cantabrië tot aan omgeving Tremp, Huesca. Etage: Santonien.